Bijbelse Archeologie: Oude Beschaving
De Bijbelse archeologie begint werkelijk met de Sumerische beschaving van ongeveer 2500 voor Christus. Tot op heden zijn talrijke vindplaatsen en artefacten blootgelegd die een grote hoeveelheid informatie over de oude Mesopotamische cultuur hebben opgeleverd. Eén van de meest treffende vondsten is de Sumerische Koningslijst, die dateert uit ongeveer 2100 voor Christus. Deze verzameling kleitabletten en prisma's is bijzonder opwindend omdat deze de Sumerische koningen in twee categorieën opsplitsen: zij die vóór de "grote vloed" regeerden en zij die erna regeerden. De lijsten zijn ook zeer treffend vanwege het feit dat zij de leeftijden van de koningen voor en na de "grote vloed" bevatten, die dezelfde fenomenale veranderingen in leeftijd vermelden zoals in de Bijbel wordt vermeld. Verslagen over een wereldwijde vloed worden feitelijk in de meeste oude culturen aangetroffen. Het Epos van Gilgamesj van de oude Babyloniërs bevat bijvoorbeeld een uitgebreid verhaal over de vloed. Dit epos werd in locaties als Nineve en Megiddo op kleitabletten ontdekt en bevat zelfs een held die een groot schip bouwde, dit met dieren vulde en vervolgens vogels gebruikte om te zien of het water zich al had teruggetrokken (zie Genesis 7-8).
Bijbelse Archeologie: Oude Wetten & Culturen
De Bijbelse archeologie gaat verder met de grote militaire beschavingen van het oude Mesopotamië en hun uiteindelijke inslag op de wetten en culturen in de regio. Een van de meest significante vondsten is de Codex Hammurabi. Dit is een meer dan twee meter hoge ets in zwart dioriet gesteente waarop meer dan 300 wetten van Koning Hammurabi (Hammurapi) van Babylonië staan geschreven. Deze wettelijke code dateert uit ongeveer 1750 voor Christus en bevat vele civielrechtelijke wetten die vergelijkbaar zijn met de wetten die in de eerste vijf boeken van de Bijbel staan. Een andere vondst, die gedaan werd bij de oude stad Nuzi dicht bij de rivier de Tigris, leverde ongeveer 20000 kleitabletten op. Deze teksten in spijkerschrift dateren terug tot ergens tussen 1500 en 1400 voor Christus en deze verklaren de cultuur en de gebruiken van deze tijd, waarvan er vele lijken op de cultuur en gebruiken zoals deze in de oudere boeken van de Bijbel worden aangetroffen.
Bijbelse Archeologie: Het Oude Israël
De Bijbelse archeologie richt zich vervolgens tot het bewijs voor de vroege Israëlieten. De Mernepta Stele (ook bekend als de Israël Stele) is een staande stenen plaat die meer dan twee meter hoog is met geëtste hiëroglyfische teksten die dateren uit ongeveer 1230 voor Christus. Deze Egyptische stele beschrijft de overwinningen van Farao Mernepta en bevat de oudste ons bekende vermelding van "Israël" buiten de Bijbel. Hoewel de specifieke veldslagen die op de stele worden vermeld niet in de Bijbel staan, geeft de stele wel buiten-bijbels bewijs voor het feit dat de Israëlieten in 1230 voor Christus al als een volk in het oude Kanaän leefden. Naast de Stele werd in de grote Karnak Tempel van Luxor (het oude Thebe) een grote muurschildering ontdekt die gevechtsscènes toont tussen Egyptenaren en Israëlieten. Deze scènes worden ook toegekend aan Farao Mernepta en dateren uit ongeveer 1209 voor Christus. De Karnak Tempel bevat ook verslagen over Farao Sisak's militaire overwinningen, zo'n 280 jaar later. Het Sisak Reliëf toont specifiek een afbeelding van de Egyptische overwinning over Koning Rechabeam in ongeveer 925 voor Christus, toen Salomo's tempel in Juda werd geplunderd. Dit is de exacte gebeurtenis die in de Bijbel wordt vermeld in 1 Koningen 14 en 2 Kronieken 12.
Buiten Egypte zien we ook een weelde aan bewijs voor de vroege Israëlieten. De Moabieten Steen (de Mesa Stele) is een drie voet hoge steen die de heerschappij van Mesa, de Koning van Moab, beschrijft rond 850 voor Christus. Volgens Genesis 19 waren de Moabieten buren van de Israëlieten. De stele beslaat overwinningen door Koning Omri en Achab van Israël over Moab, en Moab's latere overwinningen onder Koning Mesa over de afstammelingen van Koning Achab (2 Koningen 3). De Zwarte Obelisk van Salmanasser is een meer dan twee meter hoge pilaar van basalt die de overwinningen van Koning Salmanasser III van Assyrië beschrijft. De Obelisk dateert terug tot ongeveer 841 voor Christus en werd in het oude paleis van Nimrod ontdekt. De Obelisk toont Israël's Koning Jehu die in nederig eerbetoon voor de Assyrische koning neerknielt (zie 2 Koningen 9-10).
Bijbelse Archeologie: Het Huis van David en Salomo's Tempel
Het gedeelte van de Bijbelse archeologie dat de Israëlische koningen en cultuur in de oudheid beslaat maakte in 1994 een grote sprong voorwaarts toen archeologen bij de oude stad Dan een stenen inscriptie ontdekten die refereert aan het "Huis van David". De Huis van David Inscriptie (Tel Dan Inscriptie) is belangrijk omdat deze, buiten de Bijbel, de eerste oude referentie aan Koning David bevat. Meer specifiek kan gezegd worden dat de steen een overwinningspilaar van een koning in Damascus is die dateert uit ongeveer 250 jaar na de heerschappij van David. De steen noemt "een Koning van Israël (waarschijnlijk Joram, zoon van Achab) en een koning van het "Huis van David" (waarschijnlijk Achazja van Juda). Een andere belangrijke vondst is de Huis van Jehova Ostracon. Dit is een scherf van aardewerk die uit ongeveer 800 voor Christus dateert en een geschreven ontvangstbewijs bevat voor een donatie van zilveren sjekels aan de Tempel van Salomo. Dit is ongeveer 130 jaar na de voltooiing van de Tempel geschreven en lijkt buiten de Bijbel de oudste vermelding van Salomo's Tempel te zijn.
Graaf Nu Dieper!