Het Eikendal

Het Eikendal (Elah) – Een vesting in het laagland van Judea
De vesting in het Eikendal te Khirbet Qeiyafa werd niet zo heel lang geleden ontdekt. De opgravingen begonnen in 2007. Deze vesting was een Israëlitisch fort uit de tijd van het verenigde koninkrijk in het laagland van Judea, ten noorden van het Eikendal, twintig kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem. Aan de hand van gevonden keramische voorwerpen en C14-datering werd bepaald dat de vesting uit de late IJzertijd I of vroege IJzertijd II stamt (circa 1050-970 voor Christus). Men vermoedt dat de vesting zo'n twintig jaar lang in gebruik was ten tijde van de heerschappij van koning David. De vesting bevindt zich op een heuvel die uitkijkt over het Eikendal, dat ook bekend staat als Elah of het Terebintendal.

Het Eikendal (Elah) – De tijd van koning David
Dr. Yossi Garfinkel, de archeoloog die werkzaam is in het Eikendal, meldt dat de 700 meter lange kazematmuur die op deze locatie werd gevonden, gebouwd werd met meer dan 200.000 ton gesteente. Dit duidt op het werk van een gecentraliseerde regering en op een aanzienlijke troepenmacht die in deze buitenpost was gestationeerd. De vestingwerken bevatten onder meer de grootste stadspoort die tot dusverre in het Israël uit de IJzertijd is gevonden. De stadspoort bestaat eigenlijk uit twee poorten en is de enige in de koninkrijken van Israël en Judea met twee poorten. Sommigen concluderen hieruit dat het gaat om de locatie van Saäraïm (“Twee Poorten”), de plaats die genoemd wordt in Jozua 15:36, 1 Samuël 17:52 en 1 Kronieken 4:31. De laatste twee verzen gaan over de tijd van David, voordat hij koning werd. Andere geopperde identificaties van de locatie zijn Azeka, Gob, Netaïm en Pas-Dammim.

Andere belangrijke observaties zijn dat er op deze locatie geen enkele varkensbeenderen zijn gevonden en dat de Filistijnse stad Gath, 11 kilometer naar het westen, volledig ander aardewerk heeft dan Qeiyafa, wat wijst op een niet-Filistijnse etnische groep, waarschijnlijk de Israëlieten. Een andere aanwijzing hiervoor was de ontdekking, tijdens opgravingen in 2008, van een Hebreeuws ostrakon met daarop vijf tekstregels. De inscriptie uit ca. 1000 voor Christus is mogelijk de oudste Hebreeuwse inscriptie die ooit is ontdekt. Er bestaan preliminaire vertalingen van de tekst, maar hierover zijn nog discussies gaande. Men is het erover eens dat de tekst de woorden “niet doen”, “oordelen”, koning” en “slaaf/knecht” bevat. Professor Galil van de Universiteit van Haifa beweert dat de inscriptie vergelijkbaar is met de tekst uit enkele Bijbelse passages (Jesaja 1:17, Psalm 72:4, Exodus 23:3, enzovoorts), maar het is geen kopie van een specifieke Bijbeltekst: 1' U zult [het] niet doen, maar de [Heer] aanbidden. 2' Oordeel over de sla[af] en de wed[uwe] / Oordeel over de we[es] 3' [en] de vreemdeling. [Pl]eit voor de zuigeling / pleit voor de arm[en en] 4' de weduwe. Herstel [de armen] onder de handen van de koning. 5' Bescherm de arm[en en] de slaaf / onder[steun] de vreemdeling. Een andere vertaling, die door meerdere Schriftgeleerden wordt ondersteund, luidt: 1 Doe niet[s slechts?], en dien [persoonlijke naam?] 2 heerser van [geografische naam?]... heerser... 3 [geografische naam]... 4 [onduidelijk] en vel een oordeel over YSD koning van Gath... 5 bedaard van G[aza?...] [onduidelijk]...

Het Eikendal (Elah) – Het ostrakon van Elah
Al bevat het ostrakon van Elah geen verslag van een specifieke Bijbelse gebeurtenis of een kopie van een specifieke passage, deze geeft wel aan dat de Israëlieten rond 1000 voor Christus geen analfabeten waren. Zij in staat waren om de boeken uit deze tijdsperiode te schrijven, zoals bijvoorbeeld het boek Samuël. De locatie zelf voegt hieraan nog meer bewijslast toe, omdat deze wijst op een machtige en georganiseerde regering. Dat is strijdig met de minimalistische kijk dat het Israël van David en Salomo, als zij al bestonden, niet werkelijk een koninkrijk was, maar slechts een onsamenhangende, zwakke en ongeletterde stammenfederatie. Andere gerelateerde bewijsstukken zijn de Huis van David Inscriptie (de "Tel Dan Inscriptie") en de Moabieten Steen, die uit de 9e eeuw voor Christus stammen en beide het dynastieke “Huis van David” vermelden, een veel gebruikte term in het Nabije Oosten voor een heersende dynastie, zoals ook gezien kan worden in 2 Samuël 3:1.

Tussen IJzertijd I en IJzertijd II vond er een massale verschuiving plaats in de nederzettingen, van landelijke dorpjes tot stedelijke gebieden. IJzertijd I beslaat het einde van het tijdperk van de Rechters tot het begin van de monarchie, terwijl IJzertijd II de periode beslaat van de monarchie tot aan het verdeelde koninkrijk. In IJzertijd I (ca. 1230-1000 voor Christus) waren er meer nederzettingen dan in het begin van IJzertijd II (ca. 1000-586 voor Christus). Maar de plaatsen in IJzertijd II waren vooral stedelijk, terwijl de plaatsen in IJzertijd I vooral landelijk waren. Later in IJzertijd II vond een toename plaats van het aantal nederzettingen, terwijl de urbanisatietrend werd voortgezet. Samaria had bijvoorbeeld ongeveer 130 landelijke IJzertijd I nederzettingen, minder dan 100 Vroege IJzertijd II plaatsen, maar zo'n 240 plaatsen in de Late IJzertijd II. In Juda zien we een duidelijk hiaat in de meeste plaatsen van de 10e eeuw voor Christus, wat suggereert dat de bevolking verhuisde naar de nieuwe hoofdstad Jeruzalem, tijdens de heerschappijen van David en Salomo. Plausibele suggesties voor deze consolidatie en urbanisatie van de bevolking zijn: 1) veiligheid, 2) administratie en 3) godsdienst. Al deze data geven aan dat er een machtige Davidische monarchie bestond en dat het zeer aannemelijk is dat Bijbelse boeken, zoals Samuël, de Psalmen en de Koningen in deze periode konden worden geschreven.

Het Eikendal (Elah) – Het gevecht tussen David en Goliat
Het Eikendal, waar het fort van Elah op uitkeek, was de locatie van het dodelijke duel waarin David de Filistijnse kampvechter Goliat versloeg. David doodde Goliat in een gevecht dat in de Griekse literatuur μονομαχία [monomachia] wordt genoemd (1 Samuël 17). Dit is een soort één-op-één gevecht die de uitkomst van de volledige veldslag bepaalt. Dit was niet gebruikelijk in de culturen van het Nabije Oosten, maar was wel de meest toegepaste methode in de oude Egeïsche cultuur. De Filistijnen waren van Egeïsche komaf (Kreta) en hadden een groot aantal gebruiken en woorden uit die streek behouden, waaronder ook deze vorm van duelleren, die dus vaak de afloop van een veldslag bepaalde. Deze cultuurgebonden praktijk heeft bijgedragen aan de geloofwaardigheid en de historiciteit van het verhaal over David en Goliat, omdat schrijvers in de Levant niet bekend zouden zijn geweest met een gewoonte uit een verre buitenlandse cultuur, tenzij die zou zijn waargenomen door de schrijver zelf of door de bron van het verhaal. Daarnaast wordt de naam Goliat bevestigd door een voorwerp dat bekend staat als het Gath Ostrakon en in 2005 werd ontdekt. Op het ostrakon zijn negen letters gegraveerd die tezamen twee namen (אלות ולת) voorstellen, waarvan schriftgeleerden beweren dat ze etymologisch verwant zijn aan de naam Goliat (גלית). Het artefact stamt uit de 10e of 9e eeuw voor Christus, de tijd van David en Goliat.

Leer meer!

Met dank aan Titus en onze vrienden van Drive Thru History. Copyright 2010 – Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen