Hazor

Hazor – De grootste archeologische locatie in Israël
Hazor ligt ten noordwesten van het Meer van Tiberias in Israël. De oude stad bevindt aan de zuidwestelijke rand van de Choela-vallei. In de oudheid was de stad ten zuiden van de machtige stad Kades gelegen en overzag een belangrijke handelsroute door het Nabije Oosten. De bovenstad van Hazor beslaat zo'n acht hectaren; het lager gelegen gedeelte van de stad maar liefst 73 hectaren. Dat betekent dat Hazor, na Jeruzalem, de grootste archeologische locatie in Israël is.

Hazor – Het erfgoed van koningen en beschavingen
Hazor was de laatste en de grootste stad die door de Israëlieten in as werd gelegd (Jozua 11). De Kanaänitische stadstaat werd later verslagen door Barak (Rechters 4-5), er werd door Salomo gebouwd (1 Koningen 9:15) en weer later werd de Israëlitische stad Hazor door de Assyriërs veroverd (2 Koningen 15:29). Verschillende grote Kanaänitische administratieve gebouwen uit de Midden- en Late Bronstijd zijn op de acropolis gevonden. De stad uit de Bronstijd werd omringd door hoge en dikke stenen muren die aanvallers afschrikten en de stad uiterst verdedigbaar maakten. Men vermoedt, vanwege de grootte en de invloed van de stad, dat er in Hazor een archief (bibliotheek) moet zijn geweest, maar die is tot op heden niet gevonden. Maar archeologen zijn optimistisch dat deze spoedig zal worden ontdekt. In de tijd van Salomo vonden er bouwwerkzaamheden plaats in de stad; een zogenaamde “Salomitische” stadspoort (met zes kamers) uit de 10e eeuw voor Christus is blootgelegd.

De Amarna-brieven stellen dat de koning van Hazor het juk van de Egyptische vazallendienst van zich afwierp en probeerde om een noordelijk-Kanaänitisch bondgenootschap te vormen; de heerser van Hazor is de enige vazal die in de Amarna-brieven “koning” wordt genoemd (EA 227). Hazor wordt door Jozua beschreven als "het hoofd van al deze koninkrijken" (Jozua 11:10). Deze “koning” van Hazor laat zien hoe machtig de heerser van Hazor in deze streek was. Zowel in Jozua als in Rechters wordt de koning van Hazor “Jabin” genoemd (Jozua 11:1, Rechters 4:17). De koning van Hazor wordt “Ibni” (de etymologische oorsprong van “Jabin”) genoemd op een kleitablet met spijkerschrift dat in Hazor werd gevonden (uit 2000-1550 voor Christus) en op een kleitablet van de Mari-brieven (ARM VI, 236). Dit geeft aan dat Jabin/Ibni de titel was van de koning van Hazor. Het toont verder aan dat de juiste termen werden gebruikt in de boeken Jozua en Rechters, wat aangeeft dat deze boeken werden geschreven in de tijd waarin deze titel gebruikt werd, dat wil zeggen vóór de IJzertijd.

Jozua 11:10-13 vertelt ons dat Jozua en de Israëlieten Hazor aanvielen, verwoestten en in brand staken. Hazor Laag XV (in de bovenstad) en Laag 2 (in het lager gelegen deel van de stad) vormen samen de meest waarschijnlijke kandidaat voor de archeologische laag die de verwoesting door Jozua representeert. Tijdens deze verwoesting werd het paleis of de tempel in de Late Bronstijd I (15e eeuw v.C.) werd vernietigd. In de volgende fase (XIV) werden Kanaänitische bouwwerken hersteld voordat deze opnieuw werden verwoest (XIII en 1A). In de bovenstad, waar de administratieve en godsdienstige gebouwen gelegen waren (sectie M), vinden we bij een monumentale toegangspoort tot de stad duidelijk bewijs voor een verwoesting door brand uit zowel de Late Bronstijd I als II. In de lager gelegen delen van de stad, waar onder andere de woongebieden van het gewone volk gelegen waren, vinden we duidelijk bewijs voor een verwoesting door brand in een tempel in sectie H (laag 2), uit de Late Bronstijd I. Kleine Kanaänitische en Egyptische beeldjes van zo'n 20-30 centimeter hoog werden opgegraven, waarvan de hoofden en handen opzettelijk waren afgebroken.

    “Hun altaren moet u afbreken, hun gewijde stenen in stukken slaan, hun gewijde palen met vuur verbranden en de beelden van hun goden omhakken; en u moet hun naam uit die plaats doen verdwijnen.” (Deuteronomium 12:3)

Hazor – Vroeg door Israël verwoest
Verminkte beelden van Kanaänitische en Egyptische goden en van Egyptische koningen laten zien dat Hazor niet vernietigd werd door Kanaänieten of Egyptenaren. Het meest logisch is dat Hazor werd verwoest door Israël. Dit wordt bevestigd door het tekstuele bewijs en aangegeven door het archeologische bewijs.

Bovendien zijn vele geleerden van mening dat de verwoesting door Jozua bewezen wordt door de vernietiging van een groot paleis of grote tempel in de Late Bronstijd II. De muur van dit gebouw bestond uit basalten orthostaten, die gebarsten waren doordat zij aan vuur werden blootgesteld (het vuur moet een temperatuur van meer dan 1200 graden Celsius hebben gehad om dit soort schade aan de basalten platen toe te brengen). Bovendien werden in de opgravingen verkoolde resten van verbrandde houten kolommen en een meter dikke laag as gevonden. Beide archeologen in Hazor, Yigael Yadin en Amnon Ben-Tor, zijn van mening dat deze brandschade uit de Late Bronstijd II werd veroorzaakt door de Israëlitische verovering. Maar rond 1290 v.C. liet farao Seti I inscripties aanbrengen op een stele die vermelden dat Hazor en diverse andere Kanaänitische steden door hem werden verwoest. Het lijkt erop dat Hazor eerst door de Israëlieten werd verwoest, onder leiding van Jozua in de Late Bronstijd I (vroege 14e eeuw v.C.), dat de stad vervolgens herbouwd werd, toen door Seti vernietigd werd (vroege 13e eeuw) en mogelijk later in de 13e eeuw door Barak opnieuw verwoest werd.

Later, in het tijdperk van de Rechters, streed Barak tegen het leger van Hazor dat nu onder bevel van Sisera stond. Rechters 4 en 5 beschrijven de Israëlitische overwinning en de vernietiging van de koning van Hazor. Het is niet bekend wanneer deze veldslag tussen Jabin en Barak precies plaatsvond, maar het is bijna zeker dat deze tegen het einde van de 13e eeuw moet hebben plaatsgevonden. Bewijs voor een verwoesting in de 13e eeuw wordt door sommigen toegeschreven aan de overwinning op Jabin door de Israëlieten onder leiding van Barak. Maar, het boek Rechters zegt niet dat Barak de stad verwoestte; het zegt alleen dat hij het leger nabij de rivier Kison versloeg, Sisera doodde en toen de koning van Hazor vernietigde. Het is waarschijnlijk dat deze verwoestingslaag uit de vroege 13e eeuw v.C. moet worden toegeschreven aan Seti I. De verwoestingslaag uit de late 13e eeuw v.C. van een kleine Kanaänitische cultuslocatie kan mogelijk worden toegeschreven aan de Israëlieten onder Barak.

Hazor – Uiteindelijk vernietigd door de Assyriërs
In de achtste eeuw voor Christus werd Hazor door de Assyriërs aangevallen. Opgravingen geven aan dat er snel extra vestingwerken werden opgebouwd, maar desondanks werd Hazor in ongeveer 732 voor Christus vernietigd door Tiglat-Pileser III. Dit weten we niet alleen van het boek 2 Koningen en Assyrische inscripties uit die tijd, maar ook door het bewijs voor de vernietiging, dat gevonden werd in “IJzertijd Hazor”, en de ontdekking van Assyrische administratieve gebouwen in de stad die stammen uit de tijd meteen na de Assyrische verovering van noordelijk Israël.

    “Hazor zal tot een verblijfplaats van jakhalzen worden, een woestenij tot in eeuwigheid. Daar zal niemand wonen, en geen mensenkind erin verblijven.” (Jeremia 49:33)

Leer meer!

Met dank aan Titus en onze vrienden van Drive Thru History. Copyright 2010 – Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen