Lachis

Lachis – De Amarna-brieven
Lachis, gelegen op de locatie van Tell ed-Duweir tussen de kustvlakte en het hoogland van Juda, was meer dan 1000 jaar lang een Kanaänitische en later Israëlitische stad. De stad wordt vermeld in enkele van de Amarna-brieven, maar deze geven niet echt een nauwkeurige identificatie van de stad. Een van de Amarna-brieven, een kleitablet met spijkerschrift, was een brief van de Egyptische bestuurders aan hun Kanaänitische vazallen. Deze brief werd aan het einde van de 19e eeuw tijdens opgravingen nabij Tell el-Hesi gevonden. Omdat Zimredda (de heerser over Lachis die ook in andere Amarna-brieven werd vermeld) bij naam werd genoemd op het kleitablet, dacht men dat deze plaats wel Lachis moest zijn. Maar verder archeologisch onderzoek liet zien dat Tell ed-Duweir de juiste locatie is van de Bijbelse stad Lachis, terwijl de oude naam van Tell el-Hesi nog steeds onbekend is.

Lachis – De verovering door Jozua
Het oudste bewijs voor de bewoning van Lachis stamt uit 1700 voor Christus. Een versterkte Kanaänitische stad uit die periode werd op de locatie aangetroffen. De volgende stad stamt uit ongeveer 1500 voor Christus, een datum die gebaseerd is op de vondst van Egyptische scarabeeën en een hoogoven voor het smelten van ijzer. Dit is een van de oudste voorbeelden van dit type metaalbewerking. Dit was waarschijnlijk ook de stad die in Jozua 10 door Jozua en de Israëlieten veroverd werd.

    "Daarna trok Jozua verder en heel Israël met hem, van Libna naar Lachis. Hij belegerde het en streed ertegen. Toen gaf de HEERE Lachis in de hand van Israël, en hij nam het in op de tweede dag. Hij sloeg het met de scherpte van het zwaard en al wat leefde wat daarin was, net zoals hij met Libna gedaan had. Toen trok Horam op, de koning van Gezer, om Lachis te helpen. Maar Jozua versloeg hem en zijn volk, totdat hij hem geen overlevende had overgelaten. Vervolgens trok Jozua verder van Lachis naar Eglon en heel Israël met hem. Zij belegerden het en streden ertegen" (Jozua 10:31-34).
Het is duidelijk dat deze stad, die in de 15e eeuw voor Christus door Jozua werd veroverd, later vervangen werd door een andere stad, maar niet werd verbrand door vuur, net zoals in het boek Jozua wordt aangegeven. Verdere opgravingen leidden tot de ontdekking van een stad die in de 12e eeuw voor Christus werd vernietigd, al blijft de identiteit van het veroverende leger onbekend.

Lachis – Het rijk van Salomo
De volgende vermelding van Lachis vinden we in 2 Kronieken 11:9, toen Rehabeam, zoon van Salomo, bouwwerkzaamheden verrichte in Lachis, en vervolgens in 2 Koningen 14, toen koning Amazia naar Lachis vluchtte om aan een samenzwering te ontsnappen. Maar hij werd daar gevangen genomen en gedood.

    "Het overige nu van de geschiedenis van Amazia, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda? Men smeedde een samenzwering tegen hem in Jeruzalem, zodat hij naar Lachis vluchtte. Zij stuurden echter mannen achter hem aan naar Lachis en doodden hem daar" (2 Koningen 14:18-19).
Tegen het begin van de heerschappij van Rehabeam en het verdeelde koninkrijk in de late 10e eeuw voor Christus is het duidelijk dat Lachis een Israëlitische stad was geworden. Op de locatie zijn artefacten en gebouwen gevonden die duiden op een Israëlitische vestiging in deze periode. Een van de architectonische kenmerken in de 10e eeuw voor Christus was de zogenaamde “Salomitische poort”, een hoofdtoegang tot de stad die gekenmerkt werd door zes binnenkamers. Dit type poort werd ook in een aantal andere Israëlitische steden uit de 10e eeuw gevonden en geïdentificeerd met Salomo.

Lachis – De Assyriërs en de Babyloniërs
Maar het meest overtuigende en interessante bewijs uit Lachis stamt uit de 8e en 7e eeuw voor Christus, toen de stad eerst door de Assyriërs en vervolgens door de Babyloniërs werd aangevallen. Lachis lijkt een populair aanvalspunt te zijn geweest vanwege haar positie als strategische, defensieve stad op de handelsroute naar Jeruzalem. De gemakkelijkste route naar Jeruzalem, in het hoogland van Judea, was een route die vanaf de Middellandse Zee naar het oosten voerde. Lachis waakte over deze weg door de bergpassen en was daardoor een mikpunt in de veroveringen door de Assyriërs en de Babyloniërs. In ongeveer 701 voor Christus werd het koninkrijk Juda aangevallen door de Assyriërs onder Sanherib. Lachis en andere steden werden belegerd.

    "Hierna stuurde Sanherib, de koning van Assyrië, zijn dienaren naar Jeruzalem – hijzelf lag voor Lachis, en heel zijn legermacht met hem – naar Hizkia, de koning van Juda, en naar heel Juda in Jeruzalem" (2 Kronieken 32:9).

Lachis – Het Prisma van Taylor en de Reliëfs van Lachis
Het zogenaamde Prisma van Taylor, een kolom met spijkerschrift die vermoedelijk door kolonel Robert Taylor in Ninevé werd gevonden, beschrijft een gedeelte van deze verovering van de steden van Juda. Maar nog meer details over de belegering en de verovering van Lachis zijn te vinden op de zogenaamde Reliëfs van Lachis, ook gevonden te Ninevé en nu te bezichtigen in het British Museum. De reliëfs vertonen de belegering en de slag tussen de Assyriërs en de strijders van Juda tot in detail, alsook de uiteindelijk overwinning van de Assyriërs en de gevangenname van de verslagen mannen van Juda te Lachis. De locatie zelf bevat veel archeologisch bewijs uit de strijd. Naast een verwoestingslaag uit ongeveer 700 voor Christus, werden tijdens opgravingen van deze laag honderden Assyrische speerpunten gevonden, en in de grotten vlakbij zo'n 1500 schedels. Opgravingen laten verder zien dat de Assyriërs een belegeringsdam van steen en zand bouwden, waarmee hun soldaten over de stadsmuur de stad konden binnendringen. Deze belegeringsdam kan niet alleen op de gevonden reliëfs, maar ook nog op de werkelijke locatie bezichtigd worden. Een groot aantal zegels met de woorden “eigendom van de koning” werd in Lachis op kruiken aangetroffen. Deze stammen uit het einde van de 8e en het begin van de 7e eeuw voor Christus en worden in verband gebracht met koning Hizkia. Dit soort kruiken is op talrijke andere Israëlitische locaties uit de IJzertijd gevonden.

In de 7e eeuw voor Christus waren de Babyloniërs de dominante heersers geworden in het Nabije Oosten. Ook zij voerden een oorlogscampagne tegen het opstandige Juda.

    "[Toen...] streed het leger van de koning van Babel tegen Jeruzalem en tegen al de steden van Juda die nog over waren, tegen Lachis en tegen Azeka, want die waren als versterkte steden overgebleven onder de steden van Juda" (Jeremia 34:7).

Lachis – De ostraka van Lachis en de uiteindelijke ondergang
Om de hoofdstad Jeruzalem te bereiken, moest Lachis opnieuw verslagen worden, ditmaal door de Babyloniërs. In de Babylonische verwoestingslaag werden de zogenaamde “ostraka van Lachis” gevonden. Dit is een verzameling van 21 brieven die met zwarte inkt geschreven zijn op gebroken aardewerkscherven. Zij beschrijven de omstandigheden tegen het einde van de 7e eeuw, vlak voor de Babylonische verovering van Jeruzalem. De meeste brieven zijn geschreven door Hosaja, een legerofficier die het bevel had over een buitenpost vlakbij Lachis, en gericht aan Jaos, de bevelhebber te Lachis. Zij beschrijven de situatie in Juda juist voordat Nebukadnezar Jeruzalem innam. Zij bevestigen ook het verslag van Jeremia over Lachis als een van de laatste steden die door de Babyloniërs werden ingenomen voor het beleg van Jeruzalem. Zij beschrijven bovendien een waarschuwing van “de profeet”, een diplomatieke missie naar Egypte en een samenzwering (overeenkomstig Jeremia 37:5 en Jeremia 38:19). De brieven zijn niet alleen in historisch opzicht van enorm belang, maar ook van onschatbare waarde voor de verdere bestudering van het oude Hebreeuws, omdat het aantal Hebreeuwse documenten uit deze periode zeer beperkt is, zodat elke nieuwe vondst een belangrijke bijdrage kan leveren aan het begrip van het oude Hebreeuws.

Leer meer!

Met dank aan Titus en onze vrienden van Drive Thru History. Copyright 2010 – Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen