Samaria

Samaria - Een wachtpost
Samaria ligt enkele kilometers ten noordwesten van Sichem in Israël. Samaria, of Sjomron, betekent min of meer "wachttoren". Die betekenis is heel duidelijk wanneer je op de heuvel staat. Omri kocht de heuvel voor twee zilverstukken van de eigenaar Semer en bouwde hierop rond 876 voor Christus een nieuwe hoofdstad, Samaria. De nieuwe stad had het voordeel dat ze uitstekend bereikbaar was vanuit de Fenicische kuststeden. Dat speelde een grote rol in het leven van koning Achab.

Samaria - Een oude Israëlische stad
Samaria is uniek omdat het de enige ons bekende grote stad is die door de Israëlieten werd gesticht en omdat de oudste lagen duidelijk uit de Tweede IJzertijd (9e eeuw voor Christus) van de Israëlieten stammen. Omdat Samaria gebouwd werd uit bakstenen in plaats van kleistenen, werd een groot gedeelte van de oude gebouwen later hergebruikt voor nieuwe bouwprojecten. Hierdoor is er weinig meer over van de oude Israëlische stad.

Op de top van de heuvel werd een koninklijke citadel gevonden die uit gehouwen stenen was opgemetseld (1 Koningen 16:24). De citadel die door Omri gebouwd werd lijkt zich te bevinden in de archeologische sectie die "Bouwperiode I" wordt genoemd, terwijl "Bouwperiode II" een latere uitbreiding lijkt te zijn, mogelijk onder Achab. Het Oude Testament beweert dat in Samaria zes koningen begraven zijn: Omri, Achab, Jehu, Joahaz, Joas en Jerobeam II. Tijdens opgravingen werden twee graftombes gevonden onder het paleis van Omri te Samaria. Graftombe A was gebouwd in dezelfde tijdsperiode als het paleis zelf, terwijl graftombe B in diezelfde tijdsperiode of later werd gebouwd. Onlangs is het idee geopperd dat deze graven voor Omri en Achab bestemd waren. Omri en Achab waren beide beroemde en machtige koningen van het noordelijke Israëlitische koninkrijk. Beiden worden op steles en inscripties van buitenlandse mogendheden vermeld. Zie bijvoorbeeld de Mesa stele (ook wel de Moabieten Steen genoemd) waarop Omri en zijn verovering van Moab worden vermeld (overeenkomstig 2 Koningen 3:5), terwijl de Khurk Stele spreekt over de bijdrage van Achabs leger in de slag om Karkar.

Samaria - Het ivoren paleis
In Samaria werd het paleis door Achab vergroot en met ivoor versierd (1 Koningen 22:39). Opgravingen hebben een groot aantal ivoren voorwerpen uit Achabs paleis blootgelegd in een gebouw dat "het ivoren paleis" wordt genoemd. Hier werd een groot aantal gesneden ivoren gedenkplaten gevonden. Deze worden vaak de "Ivoren van Samaria" genoemd.

Een groep van 64 ostraka, met inscripties in archaïsch Hebreeuws, werd gevonden in de schatkamer van Achabs paleis. Deze dateren waarschijnlijk uit de tijd van de heerschappij van Jerobeam II (ca. 785-753 voor Christus) of Menachem (752-742 voor Christus). De ostraka lijken ontvangstbewijzen te zijn voor goederen als wijn en olie en bevatten vaak de woorden "In het jaar xxxx". Verondersteld wordt dat dit slaat op het regeringsjaar van een koning. Ook worden de namen van zekere belastingbetalers en koninklijke functionarissen vermeld. Sommige geleerden beweren dat de ostraka uit de regeerperiode van Menachem stammen, omdat hierop alleen maar de koninklijke jaartallen 9 en 10 vermeld worden en omdat Menachem slechts tien jaar heerste, waarin hij zijn onderdanen zwaar belastte om de belastingen aan de Assyriërs te kunnen betalen (2 Koningen 15:19-20). Deze voorwerpen zijn vooral belangrijk voor de bestudering van het oude Hebreeuwse schrift en de Hebreeuwse taal, maar vermelden ook diverse namen die in het Oude Testament voorkomen.

In de Annalen van Tiglath-Pileser III, waarin zijn overwinningen zijn vastgelegd, wordt Israël het "Huis van Omri" genoemd, naar de eerste belangrijke koning van het noordelijke koninkrijk Israël en het begin van de Dynastie van Omri. Andere inscripties uit zijn heerschappij vermelden hoe Tiglath-Pileser tijdens zijn invasie alleen Samaria ontzag, koning Pekah van de troon stootte, koning Hosea op de troon hielp en Menachem dwong om beschermgeld te betalen (2 Koningen 15:19, 30). Later werd Samaria belegerd door Salmanéser (723 voor Christus). De stad wist drie jaar lang stand te houden, maar werd uiteindelijk door Sargon II ingenomen. Volgens de Assyrische boeken veroverde Sargon Samaria en andere steden en voerde hij duizenden mensen in gevangenschap af (2 Koningen 17:3-6,18:9-12). Hij wist de hoofdstad en het restant van het noordelijke koninkrijk volledig onder zijn gezag te krijgen, wat duidelijk te zien is in de plotselinge verschijning van Assyrisch aardewerk en een fragment van een Assyrische stele van Sargon II die in Samaria werd gevonden. In Sargons paleis te Khorsabad werd op een muur in "Kamer 5" een reliëf aangetroffen waarop Samaria en haar verslagen verdedigers staan afgebeeld. En in het Assyrische paleis te Nimrud werden vele ivoren voorwerpen gevonden die afkomstig waren uit Samaria. Nieuwe inwoners werden vanuit het oosten naar Samaria gebracht (2 Koningen 17:24). Zij vormden een geheel nieuwe bevolking van de stad, die nu (samen met de omgeving) Samerina werd genoemd en door een Assyrische gouverneur werd bestuurd.

Het mengsel van de tien Israëlitische stammen van het noordelijke koninkrijk met de Assyrische migranten wordt gezien als het begin van het Samaritaanse volk, dat sindsdien deze streek heeft bewoond, op de berg Gerizim. Na de terugkeer van de Joodse ballingen uit Babylon boden de Samaritanen hun hulp aan bij de wederopbouw van de tempel, maar hun aanbod werd afgewezen waarna zij wraakzuchtig probeerden om die wederopbouw tegen te werken (Ezra 4). Enige tijd later, waarschijnlijk rond 330 voor Christus, bouwden de Samaritanen hun eigen tempel op de berg Gerizim. Ze maakten deze berg zo tot hun eigen "heilige berg". Hiervoor werden de benodigde passages aangepast in de Torah, de enige vijf heilige boeken die zij aanvaardden. De Samaritaanse gemeenschap bestaat nog steeds (al bestaat zij nog maar uit zo'n 700 mensen), en neemt nog steeds alle geboden en vieringen uit de Samaritaanse Torah in acht.

Samaria - Herodes' Sebaste
In 30 na Christus, de tijd van het Nieuwe Testament, gaf keizer Augustus de stad Samaria aan Herodes de Grote, die de stad de nieuwe naam "Sebaste" gaf tere van de keizer (Sebaste is de Griekse vorm van de Latijnse naam Augustus). Herodes bouwde in de stad, bovenop het paleis van Omri, een tempel voor Augustus, een stadion, een forum, een aquaduct en een straat met colonnades van oost naar west. De tempel voor Augustus is een indrukwekkend bouwwerk dat er tegenwoordig nog steeds staat, net als vele andere Romeinse ruïnes. Filippus de evangelist ging naar Samaria om het evangelie te prediken en wonderen te verrichten. Hij moet toen diezelfde straten bewandeld en diezelfde gebouwen van Herodes gezien hebben (Handelingen 8:5-13).

Leer meer!

Met dank aan Titus en onze vrienden van Drive Thru History. Copyright 2010 - Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen