Sichem

Sichem - De oude stad
De oude stad Sichem bevindt zich tussen de bergen Ebal en Gerizim, vlakbij het hedendaagse Nablus, en werd rond 2000 voor Christus gesticht. Omdat de stad zich tegenwoordig op de Westoever bevindt, komen er weinig bezoekers naar deze indrukwekkende locatie. Helaas is de archeologische locatie ook verwaarloosd en misbruikt. De oude stad te Tell Balata was een Kanaänitische stad die in verschillende documenten uit de oudheid wordt vermeld en die uiteindelijk de eerste hoofdstad werd van het noordelijke koninkrijk Israël. De Egyptische "Vloektabletten" uit de 19e eeuw voor Christus noemen verscheidene Kanaänitische steden, waaronder Sichem, wat aantoont dat de stad inderdaad al zo oud is als beweerd wordt door de vertellingen van de aartsvaders in Genesis 12 en 33.

Sichem was rond 1870 voor Christus de locatie van de Slag om Sichem tussende Kanaänieten en de Egyptenaren onder Senoeseret III. Volgens de Egyptische verslagen kwamen de Egyptenaren zegevierend uit de strijd, al hebben geschiedkundigen twijfels over de omvang van die overwinning. Sichem wordt vervolgens opnieuw vermeld als een Kanaänitische vazalstad in de zogenaamde "Amarna-brieven".

Sichem - In het boek Genesis
Het boek genesis vertelt ons dat Abraham en Jakob beide Sichem bezochten, op verschillende momenten in de geschiedenis. Kennelijk groeide Sichem tussen deze bezoeken ontwikkeld. In Genesis 12:6, toen Abraham Sichem bezocht, werd het een "plaats" genoemd, maar toen Jakob er in Genesis 33:18 naar terugkeerde, rond 1700 voor Christus, werd het een "stad" genoemd. De tekst suggereert een overgang in de Bronstijd van een nomadische gemeenschap naar een stedelijke samenleving, wat door de archeologie wordt bevestigd.

Tijdens de oorspronkelijke inname van het beloofde land hoefden de Israëlieten de stad Sichem blijkbaar nooit in te nemen, omdat in het boek Jozua nooit enig gewag wordt gemaakt van een strijd met het volk of de koning van Sichem. Tijdens het tijdperk van de Rechters vereerde de bevolking van Sichem Kanaänitische goden. De tekst suggereert dat Kanaänieten en Israëlieten zij aan zij in de stad en in het omliggende gebied woonden. Een van de Amarna-brieven stelt dat Labaya, die in een andere Amarna-brief genoemd wordt als de leider van het gebied rond Sichem, het territorium overdroeg aan de "Habiru". "Miliku en... de zonen van Lab'ayu... hebben het land van de koning aan de Habiru gegeven" (EA 287). In andere teksten worden de leiders van Sichem hiervan beschuldigd (EA 246, 254, 289). In Jozua 8 zien we hoe de Israëlieten zich verzamelen tussen de berg Ebal en de berg Gerizim, bij de stad Sichem, en later in Jozua 24 hoe alle Israëlieten bij Sichem bijeenkomen waar Jozua een verbond met hen sluit.

Uit de Amarna-brieven kunnen we mogelijk de conclusie trekken dat Sichem een bondgenootschap met de Habiru had gesloten tegen de andere Kanaänieten. Het is mogelijk dat er in de tijd van Jozua een of ander verdrag werd gesloten, dat tot in de tijd van de Amarna-brieven van kracht bleef.

Het is ook mogelijk dat de informatie in de Amarna-brieven de situatie rond Sichem ten tijde van Jozua beschrijft. Welke interpretatie de juiste is, is afhankelijk van de datering van de Amarna-brieven en van de Israëlische invasie van het beloofde land.

Sichem - De grote steen van Jozua
Men vermoedt dat de grote "massebah", een rechtopstaand stenen monument dat vóór de tempel te Sichem staat, de gedenksteen is die door Jozua werd opgericht, voordat de Israëlieten hun trouw aan Jahweh verkondigden na de succesvolle inname van het beloofde land (Jozua 24), omdat het monument er al duizenden jaren staat.

Het verhaal over Abimelech in Rechters 9 bevat een aantal specifieke details over de stad Sichem en haar bevolking. We vinden verwijzingen naar "de tempel van Baäl-Berit" (heer van het verbond, Rechters 9:4), "Bet-Millo" (huis van de Millo/burcht, Rechters 9:6, 20), de "tempel van de plaatselijke god" (Rechters 9:27), "de toren [of fort] van Sichem" (Rechters 9:46, 49) en "de tempel van El-Berit" (god van het verbond, Rechters 9:46). Al deze aanduidingen lijken te slaan op dezelfde grote tempel die aan de voet van de acropolis te Sichem staat. Dit gebouw, een tempel-burcht, is de grootste tempel die ooit in Kanaän is gevonden. Hij werd in de 17e eeuw voor Christus gebouwd. De tempel bleef in gebruik tot de stad aan het einde van de 12e eeuw voor Christus werd verwoest. Rechters 9 stelt dat Sichem een tempel en een stadspoort had en dat Abimelech de stad verwoestte en er zout over uitstrooide (Rechters 9:45). Tijdens opgravingen te Sichem werden de tempel en de stadspoorten gevonden. Een van de archeologische lagen vertoonde sporen van een gewelddadige verwoesting. De stad uit de IJzertijd I werd ten tijde van Abimelech verwoest; de archeologen stellen dat de vernietiging rond 1125-1100 voor Christus plaatsvond, wat overeenkomt met de Bijbelse tijdrekening (ongeveer 1125 voor Christus).

In de beginperiode van het noordelijke koninkrijk Israël werd Sichem onder Jerobeam de eerste hoofdstad. In de stad werd een grote opslagplaats uit deze periode ontdekt. Deze was bovenop de locatie van de tempel gebouwd, terwijl er een kazematmuur rond de stad werd gebouwd.

Sichem - De vrouw bij de waterbron
Je hoeft maar een of twee minuten te lopen vanaf de acropolis te Sichem om de "Jakobsbron" te bereiken. Deze bevind zich vandaag de dag binnen de muren van de Oosters-orthodoxe kerk en het klooster van Bir Ya'qub ("Bron van Jakob"). Deze locatie wordt genoemd in Johannes 4:5-6, waar Jezus de Samaritaanse vrouw ontmoet en haar vertelt over het levende water dat Hij geeft. Sommigen geloven dat dit de oorspronkelijke bron is die werd gegraven toen Jakob zijn kamp opsloeg bij de stad Sichem. Dit veld en deze bron worden niet uitdrukkelijk genoemd in het Genesisverslag over Jakob. Hoewel er op dit moment geen bewijs is dat de bron er al in de Bronstijd was, wordt dit bevestigd door het Evangelie van Johannes en door Eusebius in de Onomasticon 164, regel 3 (getiteld "Betreffende de plaatsnamen in de Heilige Schrift"). De eerste kerk op de plaats van deze bron werd in de 4e eeuw na Christus gebouwd.

Leer meer!

Met dank aan Titus en onze vrienden van Drive Thru History. Copyright 2010 - Alle rechten voorbehouden in het origineel.


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen